Over ochtendritueel en aandacht; brief aan jongste dochter

Lief klein meisje,

Het is donderdag ochtend en de wekker gaat.
Ik draai me het liefst nog even om. maar ga toch uit bed om jou wakker te maken.
Jij komt iedere ochtend zo moeilijk uit bed dat je wel wat extra tijd kunt gebruiken.

Ik aai je over je bolletje en schuif de gordijnen een stukje open zodat het licht je helpt bij het wakker worden. Jij wil echter nog niet wakker worden en kruipt nog dieper onder je deken.
Iedere ochtend als ik bij je kom kijken zeg je met een zielig stemmentje. 
“Mama, ik wil nog niet op staan, ik ben nog zo moe” 

Vandaag gaat het echter anders.
Je loopt zwalkend door de kamer, alsof je donken bent.
Mama ik ben zo duizelig.” zeg je dit keer.

Oh, jeetje
Wat is dit nu?
Waar komt dit vandaan? Schiet er door mijn hoofd.

“Wat vervelend voor je” is echter mijn reactie. Mijn ongerustheid laat ik je niet merken.
Terwijl Ik mezelf afdroog kijk ik het vanuit mijn ooghoeken eventjes aan.
Gelukkig is al snel niets meer aan de hand.

Terwijl ik me aan kleed denk ik nog over die eerste ongerustheid.
Wat als het geen ‘theater voorstelling’ was?
Je grote zus onderbreekt echter mijn gedachten. ‘Mam, wil je mijn haar doen?’
Ik zet mijn gevoel opzij en maak een staart. Dat draagt ze het liefst.

Als ik ben aangekleed ben jij klaar en doe ik je haar.
Op de trap is van die duizeligheid echt geen spraken meer.
Je wilde gewoon aandacht.

Ik besef dat het een fase is – maar oh wat worstel ik hier mee.
Lange tijd kreeg jij door je ziektes aandacht als je maar ergens een pijntje had.
Nu je beter bent, is dat er niet meer en voel jij het gemis.
Ik weet dat het moeilijk is maar ook hier komen we samen doorheen. Dat beloof ik je.

Liefs, mama